Ga verder naar de inhoud
Ga verder naar de inhoud

Uit­gangs­pun­ten voor sterk taal­on­der­wijs in het kleu­ter­on­der­wijs en lager onderwijs

Dit onderdeel geeft de uitgangspunten voor sterk taalonderwijs weer. Het zijn richtinggevende principes die de taalcompetentie van leerlingen versterken. De principes hangen samen: ze versterken elkaar en kunnen door leraren best zoveel mogelijk geïntegreerd worden toegepast. De uitgangspunten steunen op wetenschappelijke inzichten en geven mee vorm aan evidence-informed handelen. 

Kwaliteitsvolle mondelinge interactie

Bij kwaliteitsvolle interactie gaat het erom dat leerlingen worden betrokken in rijke, betekenisvolle interacties en dat de 3 taalgroeimiddelen in elk vak en in elke les bewust door de leraar worden ingebracht: (1) een rijk mondeling taalaanbod bieden, (2) alle leerlingen actief taal laten produceren en (3) constructieve feedback op de taalproductie van de leerlingen geven en voortbouwen op hun productie door bijkomende verdiepingsvragen te stellen. In essentie gaat het er dus om dat alle leerlingen tijdens uiteenlopende activiteiten, en niet alleen tijdens taallessen, veel ruimte krijgen om uitgebreid aan het woord te komen en dat ze een rijk taalaanbod krijgen.

Rijke, samenhangende en betekenisvolle contexten voor taalontwikkeling

Rijke, samenhangende en betekenisvolle contexten ondersteunen de taal-, kennis- en denkontwikkeling van leerlingen. Binnen zulke contexten lezen, luisteren, spreken en schrijven leerlingen over een onderwerp, en stellen en bespreken ze denkvragen. Zo verwerven ze geen losse woorden of geïsoleerde kennis, maar bouwen ze samenhangende netwerken van woordenschat en kennis op die zij vervolgens doelgericht kunnen inzetten in verschillende contexten. Dat betekent niet dat elke les of activiteit per definitie vanuit een authentieke of functionele context moet vertrekken; ook gerichte instructie (in bijvoorbeeld technisch lezen of spelling) is nodig.

Actieve taalverwerving en -verwerking

In sterk taalonderwijs krijgen leerlingen taal niet alleen aangeboden, maar moeten ze taal ook actief verwerken en zelf gebruiken. Bij actieve taalverwerving en -verwerking worden leerlingen uitgedaagd met denk- en redeneervragen, lezen ze doelgericht teksten en voeren ze uitdagende schrijfopdrachten uit. Daarbij krijgen en geven ze feedback op basis van duidelijke criteria en gebruiken en oefenen ze nieuwe woorden en uitdrukkingen in verschillende contexten. Doorheen het hele curriculum oefenen leerlingen in luisteren, lezen, spreken en schrijven. Zo leren ze argumenten interpreteren, opbouwen en kritisch beoordelen, en hierover doelgericht en respectvol in interactie gaan.

Interactief voorlezen, lezen en schrijven

Interactief voorlezen, lezen en schrijven dragen in belangrijke mate bij aan de gezamenlijke ontwikkeling van taal en kennis. Bij interactief voorlezen, lezen en schrijven gaan taal, tekst en interactie samen: leerlingen denken voor, tijdens en na het lezen en het schrijven na over betekenis en inhoud van de gelezen of beluisterde tekst, gaan daarover in interactie met de leraar, wisselen daarover ideeën uit en bouwen met ondersteuning en feedback verder aan hun taal en kennis.

Woordenschat en kennis in betekenisvolle netwerken

Woordenschat ontwikkelt zich niet door losse woorden afzonderlijk aan te leren. Bij woordenschat- en kennisontwikkeling gaat het erom dat leerlingen nieuwe woorden in samenhang met kennis en concepten verwerven, en zo woordenschat- en kennisnetwerken opbouwen.

Expliciete instructie en voldoende en gevarieerde oefenkansen

Taalleren verloopt via zowel impliciete leerprocessen als expliciete instructie. Bij expliciete instructie worden aspecten van taal doelgericht en stapsgewijs aangeleerd en gemodelleerd, waardoor leerlingen worden geholpen om taal correct te produceren en te gebruiken. Die expliciete instructie kan gaan over fonemisch bewustzijn en klanktekenkoppelingen, over woord- en zinsvormen, strategieën, het proces van lezen en schrijven, spelling, tekststructuren en tekstgenres. De expliciete instructie wordt doelgericht verbonden met voldoende en gevarieerde oefenkansen in een rijke, samenhangende en betekenisvolle context. Dat ondersteunt de leerlingen in de geleidelijke ontwikkeling naar een vlotte en zelfstandige beheersing van correcte taalvormen. 

Gerichte taalondersteuning tijdens het taalleerproces

Gerichte taalondersteuning is een wezenlijk onderdeel van sterk taalonderwijs en is niet uitsluitend bedoeld voor leerlingen die moeilijkheden ervaren. Tijdens het taalleerproces kan die ondersteuning verschillende vormen aannemen, zoals modelleren en scaffolden, voorkennis aanbrengen en activeren, en visuele en talige steun bieden.

Een veilig en motiverend taalleerklimaat

Voor het taalleerproces is het cruciaal dat leerlingen zich veilig en gemotiveerd voelen om taal te gebruiken, ook wanneer ze die nog niet volledig beheersen. Een veilig en motiverend taalleerklimaat stimuleert betrokkenheid, autonomie en spreekdurf, en erkent en waardeert de talige en culturele achtergronden van leerlingen.