Ga verder naar de inhoud
Ga verder naar de inhoud

Het meerlagig on­der­steu­nings­mo­del

Sterk taalonderwijs garandeert voor alle leerlingen de beste kansen om de leerdoelen te behalen en hun taalcompetentie te ontwikkelen. Het meerlagig ondersteuningsmodel helpt om sterk taalonderwijs vorm te geven en om taalondersteuning doelgericht op te bouwen. 

Het vormt een dynamisch continuüm van onderwijs en ondersteuning dat vertrekt vanuit hoge verwachtingen en een krachtige klasaanpak voor alle leerlingen. Wanneer leerlingen extra ondersteuning nodig hebben om de gemeenschappelijke leerdoelen te bereiken, wordt die ondersteuning doelgericht geïntensiveerd. 

Elke volgende laag bouwt voort op de vorige; extra ondersteuning komt steeds bovenop de klasaanpak en wordt bij voldoende vooruitgang opnieuw afgebouwd. 

Vier ondersteuningslagen

Het meerlagig ondersteuningsmodel bestaat uit 4 ondersteuningslagen: 

Laag 1 vormt het fundament en bestaat uit een effectieve didactische klasaanpak voor alle leerlingen, gebaseerd op de uitgangspunten voor sterk taalonderwijs. Vanuit deze krachtige klasaanpak wordt geïnvesteerd in het best mogelijke taalonderwijs voor alle leerlingen.

Laag 2 biedt vroegtijdige intensivering bovenop laag 1 voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben om de leerdoelen te behalen en aangesloten te blijven bij de klasgroep. Met onder meer pre-instructie, verlengde instructie en extra begeleide oefenkansen worden kleine obstakels of hiaten aangepakt voordat ze uitgroeien tot hardnekkige achterstanden.

Laag 3 biedt een verdere, doelgerichte intensivering, bovenop laag 1 en 2, wanneer de ondersteuning op laag 2 onvoldoende effect heeft. Vanuit een analyse van de ondersteuningsnoden worden concrete doelen en gerichte interventies voor een afgebakende periode bepaald. Die interventies kunnen individueel plaatsvinden, maar evengoed in een kleiner groepje als meerdere leerlingen dezelfde ondersteuningsnoden hebben. Laag 3 betekent meestal geen andere aanpak, maar meer expliciete instructie, meer begeleide inoefening, kleinere stappen en meer feedback.

Laag 4 biedt een uitbreiding bovenop laag 1, 2 en 3 door bijkomende gespecialiseerde expertise in te schakelen wanneer de ondersteuning in 1, 2 en 3 onvoldoende effect heeft. Het gaat dan bijvoorbeeld om een logopedist, een leerondersteuner of een medewerker van het CLB. Deze externe ondersteuning staat nooit los van wat in de klas gebeurt. Het vormt geen apart traject naast de klas, maar versterkt de ondersteuning die de leerling al krijgt. 

Aandachtspunten bij het inzetten van het meerlagig ondersteuningsmodel

1. De krachtige klasaanpak blijft het fundament

Geïntensiveerde ondersteuning vervangt de krachtige klasaanpak nooit, maar komt er altijd bovenop. Ze wordt zo georganiseerd dat de leerlingen geen activiteiten en lessen missen. 

2. Intensiveer vroeg en preventief

Hoe krachtiger de klasaanpak op laag 1 en hoe vroeger en beter de intensivering op laag 2, hoe beperkter de ondersteuning op laag 3 kan blijven. 

3. Stem de ondersteuning af op de klaspraktijk

Een goede afstemming met de klasleraar zorgt ervoor dat interventies aansluiten bij wat in de klas gebeurt en dat leerlingen het geleerde ook daar kunnen toepassen. 

4. Vertrek vanuit ondersteuningsnoden, niet vanuit leerlingkenmerken

De  ondersteuning wordt bepaald vanuit de ondersteuningsnoden van leerlingen en niet vanuit hun kenmerken of het behoren tot een bepaalde doelgroep.