Dimensies van taalcompetentie
Dit onderdeel toont zes dimensies van taalcompetentie die nauw met elkaar verweven zijn: ze zijn van elkaar te onderscheiden, maar niet te scheiden.
De dimensies beschrijven de kwaliteiten waartoe kennis- en taalrijk onderwijs leerlingen in staat stelt: taal gebruiken om te leren, om te denken en te redeneren, om in gesprek te gaan, om zich uit te drukken, om te genieten van taal en cultuur en over taal na te denken.
De kwaliteiten zijn geen leerdoelen, geen leerinhouden, geen ontwikkelingsfasen of afzonderlijke vaardigheden die apart worden aangeleerd, gevolgd en beoordeeld. Het zijn de opbrengsten die ontstaan wanneer leerlingen, jaar na jaar en in elk schoolvak, kennis van taal en kennis van de wereld opbouwen en leren gebruiken.
Taal om te leren
De mate waarin een kleuter/leerling taal gebruikt om kennis op school te verwerven.
Wat de dimensie omvat
De dimensie omvat luisteren, lezen, spreken en schrijven om in elk leergebied kennis te verwerven, te verwerken, te ordenen en vast te houden. Dat houdt onder meer in: een uitleg of informatieve tekst begrijpen, school- en vaktaal herkennen en gebruiken, vragen stellen en beantwoorden, aantekeningen maken, samenvatten en verbanden leggen met wat je al weet.
Hoe de dimensie zich ontwikkelt
De dimensie ontwikkelt zich uit de kennis en woordenschat die kinderen in alle leergebieden opbouwen en uit de gewoonte om die doelgericht te verwerken en te gebruiken via luisteren, lezen, spreken en schrijven. Hoe meer kleuters/leerlingen weten, hoe meer ze uit taal en rijke informatiebronnen halen en hoe meer nieuwe kennis ze via taal kunnen opbouwen. Luister- en leesstrategieën ondersteunen, maar vormen niet de motor ervan.
Aan het einde van het kleuteronderwijs
Kleuters begrijpen en beoordelen uitleg en verschillende soorten (voorgelezen) teksten over onderwerpen uit alle leergebieden. Ze gebruiken mondelinge taal, tekeningen, symbolen en beginnende vormen van schrift om hun kennis te ordenen, weer te geven en vast te houden.
Aan het einde van het lager onderwijs
Leerlingen lezen, begrijpen en beoordelen verschillende soorten teksten en uitleg over onderwerpen uit alle leergebieden. Ze gebruiken spreken en schrijven om hun kennis te ordenen, weer te geven en vast te houden.
Taal om te denken en te redeneren
De mate waarin een kleuter/leerling taal gebruikt om tot een vaststelling en/of oordeel te komen en dat te onderbouwen.
Wat de dimensie omvat
De dimensie omvat verwoorden, verklaren, vergelijken, voorspellen, argumenteren en beoordelen, telkens volgens de redeneerwijze van het betreffende leergebied. Dat houdt onder meer in: een mening onderbouwen met wat je weet, een bewering toetsen aan bewijs, argumenten van anderen bevragen en nuanceren en tot een conclusie komen.
Hoe de dimensie zich ontwikkelt
De dimensie ontwikkelt zich uit de kennis die kleuters/leerlingen in alle leergebieden opbouwen en uit de gewoonte om die kennis te gebruiken om te denken en te redeneren volgens de redeneerwijze van het betreffende leergebied. In wetenschappen baseren ze zich bijvoorbeeld op wat ze waarnemen; in geschiedenis gaan ze na wat in een bron staat en wie die heeft gemaakt. Door dit in elke les of activiteit doelgericht te oefenen, leren ze hun denken en redeneren steeds beter onder woorden te brengen.
Aan het einde van het kleuteronderwijs
Kleuters geven hun standpunt en onderbouwen dit aan de hand van wat ze weten. Ze toetsen beweringen aan wat ze weten en vaststellen. Ze nemen argumenten van anderen ernstig, maar nemen die niet zomaar over.
Aan het einde van het lager onderwijs
Leerlingen geven hun standpunt en onderbouwen dit aan de hand van wat ze weten. Ze toetsen beweringen aan bewijzen die in leergebieden gelden. Ze nemen argumenten van anderen ernstig, maar nemen die niet zomaar over.
Taal om constructief in gesprek te gaan
De mate waarin een kleuter/leerling taal gebruikt om respectvol deel te nemen aan gesprekken.
Wat de dimensie omvat
De dimensie omvat deelnemen aan gesprekken en aan het leven in de klas en op school. Dat houdt onder meer in: de beurt nemen en geven, luisteren en reageren, afspraken maken, presenteren, woordkeuze en register afstemmen op de situatie en de gesprekspartner en respectvol omgaan met verschillen in taal en taalgebruik.
Hoe de dimensie zich ontwikkelt
De dimensie ontwikkelt zich door dagelijkse interactie in de klas en op school, bijvoorbeeld tijdens groepswerk en klasgesprekken, bij het bespreken van spelregels in lichamelijke opvoeding en in de les Frans. Ook expliciete instructie over communicatie, zoals gespreksregels, registers en non-verbale communicatie, draagt daaraan bij. In deze gesprekken zijn de taalgroeimiddelen aanwezig: rijk taalaanbod, taalruimte en spreekkansen en feedback, in combinatie met kennis over het onderwerp.
Aan het einde van het kleuteronderwijs
Kleuters nemen doelgericht, constructief en respectvol deel aan gesprekken, ook wanneer standpunten en achtergronden verschillen. Ze kunnen informatie ordenen en helder weergeven door te tonen en (na) te vertellen. Ze stemmen hun taal af op de situatie en de gesprekspartner.
Aan het einde van het lager onderwijs
Leerlingen nemen doelgericht, constructief en respectvol deel aan gesprekken, ook wanneer standpunten en achtergronden verschillen. Ze presenteren informatie gestructureerd voor een publiek. Ze stemmen hun taal af op de situatie en de gesprekspartner.
Taal om zich uit te drukken
De mate waarin een kleuter/leerling taal gebruikt om zichzelf mondeling en schriftelijk verstaanbaar te maken.
Wat de dimensie omvat
De dimensie omvat gedachten, gevoelens, ervaringen en verbeelding mondeling en schriftelijk onder woorden brengen. Dat houdt onder meer in: vertellen wat je hebt meegemaakt, zeggen wat je voelt en waarom, een eigen tekst, verhaal of gedicht maken en een boodschap vormgeven voor een lezer of een publiek.
Hoe de dimensie zich ontwikkelt
De dimensie ontwikkelt zich uit drie bronnen: wat kleuters en leerlingen denken, voelen, ervaren, weten en zich verbeelden; de woorden en taalvormen waarmee ze dat precies kunnen uitdrukken; voorbeelden van hoe anderen zich uitdrukken in gehoorde en gelezen teksten.
Aan het einde van het kleuteronderwijs
Kleuters brengen wat ze denken, voelen, ervaren en zich verbeelden helder en persoonlijk onder woorden. Ze doen dat in een boodschap die is afgestemd op doel en publiek, zowel mondeling als via tekeningen, symbolen en beginnende vormen van schrift.
Aan het einde van het lager onderwijs
Leerlingen brengen wat ze denken, voelen, ervaren en zich verbeelden helder, genuanceerd en persoonlijk onder woorden. Ze doen dat in een boodschap die is afgestemd op doel en publiek, zowel schriftelijk als mondeling.
Taal om te genieten en cultuur te ontsluiten
De mate waarin de kleuter/leerling gemotiveerd is om te luisteren en te lezen, en taal gebruikt om werelden te betreden die nog onbekend zijn.
Wat de dimensie omvat
De dimensie omvat genieten van verhalen, gedichten, boeken en taalspel en via taal toegang krijgen tot verhalen, kennis en perspectieven uit de eigen cultuur en uit andere culturen. Dat houdt onder meer in: eigen leesvoorkeuren ontwikkelen en onderbouwen, over boeken in gesprek gaan, en de schoonheid en het speelse, creatieve karakter van taal ervaren.
Hoe de dimensie zich ontwikkelt
De dimensie ontwikkelt zich door veelvuldige en gevarieerde interacties met (voor)gelezen rijke teksten en door kennis op te bouwen die helpt om aan die teksten betekenis te geven: kennis van de wereld waarover de teksten gaan en kennis van hoe teksten in elkaar zitten en hoe een schrijver een tekst kan vormgeven.
Aan het einde van het kleuteronderwijs
Kleuters kijken en luisteren aandachtig naar boeken en andere leesmaterialen over vertrouwde en nieuwe plaatsen, mensen en tijdsperiodes. Ze denken na over wat ze zien en horen, en gaan erover in gesprek. Ze verkennen hun eigen leesvoorkeuren.
Aan het einde van het lager onderwijs
Leerlingen lezen boeken en andere leesmaterialen over vertrouwde en nieuwe plaatsen, mensen en tijdsperiodes. Ze analyseren en interpreteren deze boeken en leesmaterialen en gaan erover in gesprek. Ze hebben eigen leesvoorkeuren en onderbouwen die.
Taal om over taal na te denken
De mate waarin de kleuter/leerling de eigen kennis over taal gebruikt om naar taal te kijken, erover na te denken en ermee te spelen.
Wat de dimensie omvat
De dimensie omvat taalbewustzijn en nieuwsgierigheid naar hoe taal werkt. Dat houdt onder meer in: opmerken hoe taal verschilt tussen situaties, registers, dialecten en talen, zich bewust zijn van veranderingen in taal doorheen de tijd, taal bewust inzetten, het Nederlands met vertrouwen gebruiken en de eigen taalcompetentie verder willen ontwikkelen.
Hoe de dimensie zich ontwikkelt
De dimensie ontwikkelt zich door expliciete instructie over het taalsysteem, door ontmoetingen met andere talen en verschillende vormen van taalgebruik (in de klas, in de les Frans…) en doordat leraren taal zichtbaar maken. Kennis van hoe taal is opgebouwd en wordt gebruikt, helpt kleuters en leerlingen om patronen en verschillen op te merken, zich over taal te verwonderen en taal bewust te gebruiken.
Aan het einde van het kleuteronderwijs
Kleuters zijn nieuwsgierig naar hoe taal werkt en hoe talen van elkaar verschillen. Ze herkennen elementen van het taalsysteem, gebruiken het Nederlands met vertrouwen en willen hun eigen taal steeds verder ontwikkelen.
Aan het einde van het lager onderwijs
Leerlingen zijn nieuwsgierig naar hoe taal werkt en hoe talen van elkaar verschillen. Ze hebben inzicht in het taalsysteem, gebruiken het Nederlands met vertrouwen en willen hun eigen taal steeds verder ontwikkelen.